Kinderen

Kinderen van Pieter Bloothooft <VI-8> en Trijntje Willems Mienis, geboren in Axwijk (gem. Middelie)

  1. Jan Bloothooft <VII-5>, geb. 30.9.1816 [get. Joh. Wakker, chirurgijn in Axwijk, 39 jaar; Pieter Rozee, schoolonderwijzer in Middelie, 33 jaar; vader arbeider]

  2. Willem Bloothooft <VII-6>, geb. 12.5.1818 [get. Cornelis van der Meer, castelijn in Axwijk, 59 jaar; Johannes Wakker; vader castelijn]

  3. Teunis Bloothooft <VII-8>, geb. 16.4.1823 [get. Gerrit Pieterse Doets, timmerbaas in Middelie, 47 jaar; Pieter Laan, arbeider in Axwijk, 22 jaar; vader tapper]

  4. Maartje Bloothooft, geb. 25.8.1824 [get. Jan Dobber, visscher in Axwijk, 25 jaar; Gerrit Pieterse Doets],  overl. Middelie 10.3.1902 [get. Pieter Plas Janszoon, 62 jaar, Middelie; Kornelis Klok Arendszoon, 55, timerman Middelie],  tr. Cornelis Franke  Middelie 11.6.1843 [get. Pieter Plas, landman in Middelie, vriend van de bruid, 43 jaar; Jacob de Jong, landman in Middelie, vriend van de bruid, 46 jaar; Jan Franke, rietdekker in Middelie, broeder, 31 jaar; Jan Hartog, koopman uit Landsmeer, halfbroer van de bruidegom], rietdekker, won. Middelie, zo. van Albert Franke, slagter, en Naatje Jans Mulder, geb. Kwadijk 10.10.1814, overl. Middelie 20.3.1876

    Zij krijgen vele kinderen waaronder twee die als neef en nicht weer met een Bloothooft trouwen:
    Simon Franke (alias Franken), geb. Middelie 8.3.1861, arbeider, winkelier, tr. Trijntje Bloothooft <VII-7.1>
    Grietje Franke, geb. Middelie 18.4.1867, tr. Pieter Bloothooft <VIII-8>

    Daarnaast zijn er nog de kinderen Albert Franke (geb. Middelie 2.2.1844, arbeider, boerenknecht), Trijntje Franke (geb. Middelie 1.1.1845, overl. Beverwijk 22.5.1930, tr. Pieter van Zalinge), Pieter Franke (geb. Kwadijk 23.2.1846, overl. Kwadijk 4.2.1847), Jan Franke, geb. Kwadijk 29.3.1847, overl. Middelie 1.3.1849), Annaatje (Naatje) Franke, geb. Middelie 2.7.1848, overl. Middelie huis 68c 21.4.1851, Cornelis Franke (geb. Middelie huis 68c 1.3.1850, overl. Edam 14.5.1897, tr. Trijntje Betlem), Naatje Franke (geb. Middelie 5.2.1855, overl. Middelie huis 118 26.10.1901, tr. Henricus Vels), Pieter Franke (geb. Middelie 29.1.1858, arbeider, tr. Kniertje Doets), Maartje Franke (geb. Middelie 20.9.1862), Remmetje Franke (geb. Middelie 1.11.1864, overl. Middelie huis 137 15.9.1899 ongehuwd)

    Cornelis Franke had broers Jan (geb. ~1812, rietdekker) en Simon/Sijmen. De laatste is de vader van Gerrit Franke <VIII-9>.

    Een nakomeling Simon Franke (geb. Middelie 16.3.1880, overl. Amsterdam 25.9.1957, zoon van Jeroen Franke en Maartje Koeman, kleinzoon van Sijmen Franke en Aafje Doets, achterkleinzoon van Albert Franke en Naatje Mulder - zie boven) was eerst werkzaam in Ned. Oost-IndiŽ, dan agent van de Raad van Arbeid te Amsterdam, schrijver van 30 kinderboeken en folkloristische verhalen, sagen rond de Zuiderzee, Indische romans. In zijn oeuvre is ook streekroman die het leven in de Zeevang beschrijft, waarschijnlijk "Tussen dijken en sloten (1942)". Daarin figureren personen waarvoor MiddeliŽrs model hebben gestaan. Helaas weet niemand meer hoe....

    In de archieven van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam zijn in het archief van De Socialistische Gids zes brieven van hem bewaard gebleven uit de periode 1922-1924.

    Simon Franke 1880-1957

    Niet uitputtende reeks van 50 titels van Simon Franke, de meeste zijn nog te koop:

    Gouden vlinders, versjes (1927). Blaricum: de Waelburgh. Illustraties Lou Loeber, een Blaricumse schilderes die, zo lijkt het, haar tafereeltjes construeerde met behulp van de tangramdoos. Gouden vlinders is ietwat armoedig uitgegeven (het papier is slecht en aan typografie is geen enkele aandacht besteed), maar een boekje dat een directer afspiegeling is van de artistieke ideeŽn van de maker is nauwelijks denkbaar (tekst dbnl).

    Sagen en legenden rond de Zuiderzee (1932), Zutphen: Thieme (herdruk), 338 pp. Ilustraties A. J. Van 't Hoff.
    Hakbek de kraai, Alkmaar: Kluitman (1932), 160 pp. Illustraties J.G. Kesler 1e dr.
    Legenden langs de Noordzee (1934), Zuphen: Thieme (herdruk 1984). Illustraties Willem Backer.
    Hein en Chefke (1934), Zutphen: Thieme, 178 pp. Illustraties J. Rotgans.
    Jan Fuselier (1934),
    Amsterdam: De Arbeiders Pers, 328 pp. Soldatenroman over het leven van Nederlandse huursoldaten in Nederlands-Indie.
    Frida op Sumatra (1935), Alkmaar: Kluitman, 188 pp. Illustraties Pol Dom. Bewerking naar het Deense boek van Helene Horlick.
    Twee Urker jongens, Alkmaar: Kluitman. Illustraties Pol Dom.

    De auto-reis (1936), Alkmaar: Kluitman (De Nieuwe Speeltuin). Illustraties Greta Bosch van Drakestein.
    Een prettige Bruiloft, Alkmaar: Kluitman (Op weg naar school). Illustraties Greta Bosch van Drakestein.
    Vrolijke versjes van 't artis-volkje (1938), 32 pp. Illustraties Adri Alindo.

    Kantjil het dwerghertje (1939), Alkmaar, 192 pp. Illustraties H. Verstijnen.
    Sinjo-Juul (1939), Amsterdam: Scheltens & Giltay, 295 pp.
    Djojo uit de kampong (1939), Amsterdam: Becht. Illustraties Rie Reinderhoff.
    De wajangpop (1940), Amsterdam: Scheltens & Giltay, 228 pp.
    Njai Sarina (1941), Amsterdam: Scheltens & Giltay, 270 pp. Roman over een Javaanse njai (bijzit).
    Tussen dijken en sloten (1942), Amsterdam: De Arbeiderspers, 195 pp. Illustraties Jos Ruting.
    De kortste weg. Overwintering van Heemskerk en Willem Barents op Nova Zembla (1942), Amsterdam: De Arbeiderspers. Illustraties W.A. van der Walle.
    De wegwijzer : met Jan Huyghen van Linschoten naar Portugees IndiŽ (1945), Amsterdam: De Arbeiderspers (jeugdboek), 192 pp. Illustraties Wim van de Walle.
    Een stad verrees (1946), roman uit het oude Batavia, Amsterdam: Scheltens & Giltay, 248 pp. Illustraties F. van Bemmel. Historische roman over het 17de eeuwse Batavia.
    Si Boeroeng. Bij de Javaanse vogelnestjesplukkers (1946), Haarlem: De Gulden Pers. Illustraties L. Frank. Als Si Boeroeng 10 jaar is geworden gaat hij aan het werk als vogelnestjesplukker aan de gevaarlijke zuidkust van Java. Hij krijgt een ongeluk maar wordt gered.
    Si Taloe de dessajongen, Alkmaar: Kluitman. Illustraties Pol Dom.
    De juiste weg. De eerste tocht naar IndiŽ (1946), Amsterdam: De Arbeiderspers (jeugdboek), 212 pp. Illustraties W.A. van der Walle. Jongensboek over jonge Amsterdamse schipper die meevaart met de vloot van Cornelis de Houtman in 1595 naar IndiŽ. Daar beleeft hij allerlei avonturen.

    Fa, de roman van een Chinese in het oude Batavia (1947), Amsterdam: Scheltens & Giltay.
    Siebe van de Dijkhoeve (1948), Amsterdam: De  Arbeiderspers (AP jeugdserie), 224 pp. Illustraties H. Perdok  224 pag.
    In de desa (1949), Haarlem: De Gulden Pers, 96 pp. Met illustraties.
    Met de helm geboren (1949), Amsterdam: De Arbeiderspers (jeugdboekerij), 214 pp. Illustraties H Perdok.

    De zilveren lepel (1950), Amsterdam: De Arbeiderspers (AP jeugdserie), 216 pp. Illustraties H. Perdok.
    Harimau, het tijgerjong (1950), Antwerpen en Amsterdam: Van Ditmar & Wereldbibliotheek (Avontuur en techniek), 42 pp. Tekeningen P. Kuhn. Jonge tijger wordt gevangen en naar een dierentuin in Europa gebracht.
    Doppie's jeugd (1952), Amsterdam: De Arbeiderspers (Arbo).
    Kameraden (1953), Amsterdam: De Arbeiderspers (AP jeugdserie). Illustraties Pim van Boxsel.

    Gevleugelde paarden; Indonesische legenden (1953), Hoorn, 213 pp. Illustraties F. van Bemmel.
    Te laat (1955), Amsterdam: De Arbeiderspers.
    Het grote huis (1958), Amsterdam: De Arbeiderspers (jeugdserie), 212 pp. Illustraties F. van Bemmel. [over Nederlands IndiŽ]

    Zonder datum:

    Het gestolen paard, Meppel: Roelofs van Goor, z j. Tekeningen C.B. Teeuwisse.
    Wattist : sprookjes, versjes, vertelsels en rijmpjes, Hoorn: Westfriesland z j. Tekeningen W.L. Lap 1e druk.
    De golven roepen het uit! : van den Vliegenden Hollander en de Vrouw van Stavoren, Deventer: Van Hoeve, 182 pp. Illustraties G. Douwe. 1e druk.
    Koningin Helena. Een bijengeschiedenis, Meppel, 231 pp. Illustraties Joh.Bottema. 1e druk.
    Bij de Surinaamse bosnegers, Kolibri serie.

    bij Kluitman, zonder jaar:

    Jaap redt een eekhoorn, Alkmaar: Kluitman (Ons genoegen), 88 pp. Illustraties Lies Veenhoven.

    De muizen van Jaap, Alkmaar, Kluitman (Ons Genoegen). Illustraties Lies Veenhoven 2e druk.
    Jaap temt een egel, Alkmaar: Kluitman (Ons Genoegen), 88 pp. Illustraties Rudy van Giffen  88 pag. 5e druk.

    Jaap heeft een ekster, Alkmaar: Kluitman (Ons Genoegen), 96 pp. Illustraties Lies van Veenhoven. 2e druk.
    Jaap en zijn hond, Alkmaar: Kluitman (Ons Genoegen). Illustraties Lies Veenhoven. 1e druk.
    Sonja voor het eerst naar school, Alkmaar: Kluitman (Ons genoegen), 94 pp. Illustraties Lies Veenhoven.1e druk.
    Tula, de kleine houtsnijder, Alkmaar: Kluitman. Illustraties G. van Straaten 1e druk.
    De zoon van Joost Perlemoer, Alkmaar: Kluitman. Illustraties Nancy Schotel 1e druk.
    Wij sparen een geleidehond, Alkmaar: Kluitman (Zonnebloem serie), 128 pp. Illustraties Rowal Post. 1e druk.
    Sinterklaas Kapoentje, versjes, Alkmaar: Kluitman (Populaire Prentenboeken). Prenten van Freddie Langeler.
    Ronkevaar de tovenaar, Alkmaar: Kluitman, 185 pp.

    Uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren:

    Simon Franke (1880-1957) vertrok op zeventienjarige leeftijd als militair voor een aantal jaren naar IndiŽ, het land dat als inspiratiebron heeft gediend voor zijn vele Indische kinderboeken, jeugdromans en Indische romans voor volwassenen.

    Franke moet begiftigd zijn geweest met een diep inlevingsvermogen, waardoor hij de denk- en leefwereld van het Javaanse en Indo-Europese kind zo treffend kan weergeven. Op een gevoelige, maar nooit sentimentele manier, beschrijft hij haarfijn gedachten en gevoelens in een bijna eenvoudig aandoend taalgebruik. Daarmee bereikt hij een sfeer die uniek is te noemen. Uit zijn werk spreekt sociale bewogenheid. Franke, actief sociaal-democraat, is sterk begaan met het lot van de kleine man in de dessa die door Arabieren en Chinezen wordt uitgebuit. In Kantjil het dwerghertje (1936) probeert hij de Javaanse en Chinese leefwereld met elkaar te verzoenen. Een innerlijke strijd maakt de twaalfjarige Indo-Europese schooljongen Sinjo Juul (1939) door in zijn verhouding tot zijn Javaanse moeder. Het verhaal kreeg een eervolle vermelding van de Garoeda-prijsvraag voor de oudere jeugd.

    Voor de Javaanse cultuur heeft Franke een buitengewone belangstelling getoond in De wajangpop (1940), dat werd bekroond met de Garoeda-prijs voor de oudere jeugd. De bundel Gevleugelde paarden; Indonesische legenden (1953) bevat voor het merendeel Javaanse overleveringen.



  5. Dirk Bloothooft <VII-9>, geb. 17.8.1827 [get. Gerrit Pieterse Doets; Jan Schouten, visscher in Axwijk, 36 jaar]

  6. Klaas Bloothooft, militair, geb. 4.8.1829 [get. Gerrit Pieterse Doets; Jan Schouten; vader tapper in Axwijk], overl. Oegstgeest 24.12.1856 [geregistreerd in Middelie]

  7. Adriaan Bloothooft <VII-10>, geb. 13.12.1831 [get. Jan Schouten; Jan Muusses, arbeider in Middelie, 42 jaar; vader landman won. Middelie]

    Simon Bloothooft <VII-11>, geb. 29.9.1833 [get. Gerrit Pieterse Doets; Jan Dobber]

De kinderen vormen het beginpunt van vijf twijgen in de familie Bloothooft. Er zijn nieuwe voornamen bij, die als volgt op grond van vernoeming kunnen zijn gekozen:
Jan grootvader Jan Jansz Bloothooft <V-8>
Willem grootvader Willem Mienis
Teunis een overleden broer van vader Jan heette eveneens Teunis (via diens moeder Antje Teunis Lely)
Maartje tante Maartje Bloothooft, op haar beurt vernoemd naar haar grootmoeder Maartje Hendriks Noes; grootmoeder Maartje Jans Akker, vrouw van Willem Mienis
Dirk ?
Klaas ?
Adriaan de 2e vrouw van grootvader Jan Bloothooft was Adriaantje Jacobs Ninks
Simon de moeder van Antje Teunis Lely was Maartje Simons Laan